Suzuki GSX750E

6 September, 2010

Dus dan toch gedaan. Suzuki GSX750E van 1982. Acht-en-twintig jaar oud (vier jaar ouder dan ik), 750cc en 250 kilo zwaar. Met veel moeite op de remorque gekregen en rechtstreeks naar de garage gevoerd voor een volledige checkup.

Ik werd al een beetje bang toen ik het beest zag. Hij is oud, maar goed onderhouden. Maar m’n echte angst moest pas komen toen het ding startte; een brul van een leeuw die ergens opgesloten moet zitten in die motor. 79 paarden zitten in dat ding verstopt; ter vergelijking, de vorige had er 11.

Dus moto gekocht, maar nog niet op gereden. Eerst kijken of hij technisch in orde staat, verzekeren, papieren, … En dán kan ik mij vakkundig tegen de vlakte laten gaan.

What are you waiting for?
Can’t you see that I’m getting pretty bored?
Been hooked up on you for so long.
You’re colouring my every word by every sign.

So here I stand, my heart open wide.
I’ve been shot down again, love has been denied.
I know you’ve been hurt, and so have I.
I know you’ve been hurt;
Just give me a try.

Pills, booze and cigarettes
give me an up and they help me forget
Sex, drugs and mere hopes
give me an up to close the doors.

So here I stand, my back against the wall
Even though I promised myself I wouldn’t crawl
so tell me what it’s gonna do
yes tell me what to do with you

Pills, booze and cigarettes
give me an up and they help me forget
Sex, drugs and mere hopes
give me an up to close the doors.

Gimme, gimme anything
just to, just to,
Gimme, gimme anything
just to, just to,
close that door on you.
Gimme, gimme anything
to close that door on you.

(Intergalactic lovers – Gimme)

Vosje (onafgewerkt)

14 July, 2010

't Was in een woud, erg ver van hier
een vosje dronk uit een rivier
wat water, onder sterrenpracht
in een frisse zomernacht.

De nacht was stil, het vosje kalm,
het water koud, maar 't pelsje warm.
De maan scheen wit op 't vosjes  vachtje
in dit wonder woudse nachtje.

't Vosje liep wat door het bos
legde zich even op wat mos
stond dan weer op en ging met stond
naar waar het vosse-neusje stond.

Maar 't vosje wist niet goed waarheen
met al die wereld om haar heen.
Het woud was vol met vreemde dieren
die al tesamen 't leven vierden.

Vosje had niet echt een plaats;
ze deed maar wat, maar nooit iets kwaads.
't Was stil en braaf, en ook steeds lief
zelfs tegen Stink, de eierdief.

Toen vos, bij één van 't vele dwalen
ooit op een dag, als in verhalen
een grijze wolf zag op het pad
dacht vos, hé, wat is dat?

De wolf kwam even aan haar snuf'len
hief zijn poot, begon te knuf'len.
Vosje likte 't wolfse pootje
en gaf haar hart als een cadeautje.

Vos en wolf liepen tesamen
door het woud, het mos, de bramen.
Vos was blij een plek te vinden
waar 't zich rustig aan kon binden.

Uren werden al snel dagen
dagen weken, weken maanden
Vos was niet meer zo verloren
nu zij Wolfje kon bekoren.

Maar diep in wolf zat iets te wreten
en al snel was 't vos vergeten.
Het bos was immers wijd en groot
en vol met vosjes, klein en groot.

Wolf zag vos graag, dat kon hij zweren
doch kon zich tegen 't moois niet weren
Hij sliep naast vos, maar in z'n dromen
zag hij andere vosjes komen.

Vosje zag dat wolfje haar vergat.
Dat had ze niet ingeschat.
Vosje was opnieuw verloren
in het woud waar 't was geboren.

En op een nacht ging vosje weg
nam de benen, een uitweg
Ze liep langs heide, berg en dal
op zoek naar haar plaats in 't heelal.

Wolf werd zonder vosje wakker
vroeg zich af: waar is m'n makker
Waar is vosje nu plots heen
Wolf kromp eventje ineen.

Wolf wist plots weer wie vos was
hoe zij stoeiden in het gras.
Hoe belangrijk vosje was
hoe 't zijn wolvigheid genas.

Vosje bleef door 't leven zwerven
zacht haar naam in't woudmos kerven.
Vluchten van de grijze wolf
die haar liefde zo bedolf.

Zo liepen vos en wolf verloren
zonder een ander dier te storen
gingen zij hun eigen weg.

Maar wolf bleef toch van vosje dromen
dacht dat vosje terug zou komen.