Half drie

21 August, 2010

Drie dagen nog en ik moet Frans kunnen spreken. Vier dagen nog en ik moet weten hoe een computernetwerk werkt. En vijf dagen heb ik nog om te ontdekken hoe ik m’n bedrijfje winstgevend moet maken.

Ondertussen is deze blog uitgegroeid tot ons enige communicatiemiddel; jij bent immers mijn enige trouwe lezer. Voor jou beschrijf ik mijn leven, mijn laten, mijn doen. Opdat jij dan weet hoe het met mij gaat en zo gerust met je eigen leven verder kan.

Eigenlijk heb ik geluk gehad; ik heb net op tijd ontdekt hoe ik moet studeren. Al drie dagen studeren we tezamen, van ‘s middags tot diep in de nacht. Dat helpt, dat samen studeren; ook tegen jou.

Dus liefste, trouwe lezer: je ziet, ‘t is allemaal zo slecht nog niet. En misschien zie ik je in een later leven, als we beide katten zijn.

Half vier

18 August, 2010

Half vier, vlak voor de herexamens. Kwestie van morgen goed uitgeslapen te zijn. Al anderhalf uur lig ik te rollen en te draaien, op zoek naar zalige slaap. Maar de hersens blijven draaien.

Ik ken het probleem: ik heb te veel hersens die zich met de verkeerde zaken bezig houden.

Vroeger had ik deze nachten vooral bij constructieve ideeën. Ik bedacht nieuwe features voor Dolumar, bedacht nieuwe strategieën voor Age of Empire of dacht aan nieuwe business models voor onbestaande bedrijven. Weinig succesvol, moet eraan toegevoegd.

Maar nu dus niet. Ik blijf dezelfde ideeën malen tot ze fijn stof zijn. Misschien kan ik ze dan eindelijk samen vegen en laten wegwaaien met de wind.

Welke gedachten dat zijn is van weinig belang, het punt is dat ik wakker blijf. En als je dan toch niet kan slapen, kan je even goed een blog schrijven. Over het feit dat je niet kan slapen bijvoorbeeld. Dat je godverdomme niet kan slapen.

“Don’t worry about your future.
Or worry, but know that worrying is as effective as trying to solve an algebra equation by chewing bubble gum.”

Everybody’s Free to Wear Sunscreen – Baz Luhrman

En toch blijf ik schrijven. Omdat ik niet kan slapen. Omdat ik denk. En blog.

Hij ligt al twee weken neer. Linker poot omhoog, laptop naast het bed, via wifi en een vnc server verbonden met z’n desktop. Het doet ondertussen geen pijn meer; zolang hij zijn voet maar niet te lang onder zijn bekken houdt. Maybeshewill, een Engelse post-rock band, op 9, omdat 10 te luid is voor de buren. Ramen wijd open, omdat de koude nachtwind deugt doet.

Hij rolt een sigaret, want dat kan hij nu. Hij houdt van het suffe gevoel dat hij, als onervaren roken, even ervaart. De bijsluiters van ontstekingsremmers en andere medische rommel zeggen niets over matig drankgebruik, dus trekt hij nog een pintje open.

Verlangen naar de stad; verlangen naar buiten. Verlangen naar Gentse Fiesten, die nooit meer hetzelfde zullen zijn. Bang voor de veranderingen die z’n leven ondergaan. Bang om ‘t leven terug bij de horens te grijpen, bang om terug vat te krijgen op de tijd.

Hij schrijft in derde persoon om zich daarachter te kunnen verstoppen; om dramatischer over te komen. Hij is niet depressief, maar ook niet gelukkig. Hij durft niet meer verlangen.

Muziek op 10; het spijt me buren.

Hij wil slapen, hij wilt waken. Hij wilt zwerven, maar ook weer thuis komen. Hij wilt verdwalen in een stad die hij al zo lang kent. Hij wilt vluchten, maar wilt ook gevonden worden. Hij wilt sterk zijn, maar ook gevoelig. Hij wilt leven, …

Hij weet dat hij zich moet herpakken, en meestal lukt dat ook. Maar soms, in het midden van de nacht, neemt melancholie het even over. Midnight ranting.